Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Buenos Aires. Afgelopen dinsdag. Het Argentijnse voetbalelftal werd gehuldigd omdat ze in Qatar de wereldcup gewonnen hebben. Meer dan 4 miljoen mensen op de been, een vrije dag. En bovenin de open bus de voetballers, met Messi centraal en de cup uiteraard. Ze werden als goden onthaald. Maar de mensen waren zo uitzinnig in hun huldiging en eer, dat het op een chaos uitliep en er zelfs gewonden vallen.
Huldiging van kampioenen kan met veel drukte gepaard gaan. Hulde van koningen trouwens ook en denk nog maar eens terug aan de uitvaart van koningin Elizabeth. Dat was groots en veel.

Wij vieren vandaag Kerst. Brengen onze Koning, Jezus Christus, hulde. Bewijzen Hem eer. Aanbidden Hem. Hoe doen wij dat, aanbidden? We zingen vanmorgen prachtige liederen met een band, met een orgel – of met allebei. En het is vooral uitbundig. Aanbidding als het prijzen en loven van God. En ach, probeer het “kom, laten wij aanbidden” uit het kerstlied ook maar eens zachtjes, ingehouden te zingen in de kerk. Lukt haast niet. Bij mij komt het Engelse woord ‘worship’ naar boven, vaak gebruikt bij krachtige muziek, up tempo om God te eren. Waarbij je gaat staan, je hart en je handen uitstrekt naar God. Zeker, met Kerst, alle reden toe.
En toch, zo vraag ik me af, is dit de aanbidding zoals de magiërs die bij het kind Jezus kwamen? In het Griekse woord voor aanbidden klinkt mee - buigen – door je knieën gaan – nederigheid. Ja, die magiërs, werpen zich voor Jezus neer. Ze doen dat op de oud-oosterse manier waarmee aan koningen hulde werd geboden. Met gezicht op de grond. Diep gebogen. Geknield. Ja, meer, zoals we dat kennen vanuit de Rooms-Katholieke Kerk, geheel plat op de grond. En nee, woorden horen we niet. Hier is het stil. Bij Jezus word je stil. Van verwondering. Van verbazing. Van pure aanbidding. Het woord ‘devotie’ – vroom, genegenheid, toewijding is hier op zijn plek. Heb je dat nooit? Dat als je aan Jezus denkt, dat woorden tekort schieten vanwege zijn grootheid, zijn nabijheid, zijn mildheid, zijn schoonheid. Om wie Hij is en jij door en in Hem mag zijn. Dat je sprakeloos bent en alleen maar zwijgt. In diepe dankbaarheid en stille aanbidding.
Worship en devotie. We hebben ze allebei nodig. Uitbundigheid en verstilling.
Aanbidding is jezelf over geven aan Hem, je zelf prijs geven. Of je dan zelf meteen een onverschrokken en standvastige gelovige bent? Dat hoeft helemaal niet om Hem te aanbidden. Aan het eind van het Mattheüsevangelie lezen we weer over aanbidding. Jezus is opgestaan en verschijnt als de Levende aan Zijn discipelen. Dan aanbidden ze Jezus, maar dan staat er zo fijntjes bij: er waren er die twijfelen. Maar ook zij aanbidden. Ook met je twijfels mag je, kun je Hem aanbidden. Hij is immers groter dan al je twijfels, en Hij neemt ons onvermogen voor lief, zoals een dichter het ergens zegt.

Kerst: midden in onze wereld wordt Jezus geboren, onze hoop en onze verwachting.
De wereld om ons heen was het afgelopen jaar turbulent en vol met crises. Een oorlog op ons continent die maar doorgaat, een klimaatcrises die ons kan beangstigen, polarisatie in ons eigen land, toenemende ongelijkheid in de wereld. Moedeloosheid ligt op de loer. En toch, midden in die wereld wordt Jezus geboren.
Het evangelie vertelt ons hoe God redding brengt. Ieder jaar opnieuw verwonderen we ons erover hoe ontroerend kwetsbaar en liefdevol Hij dat doet. Als mens onder de mensen, tot op de bodem van ons bestaan. Om te helen wie gebroken is, te troosten wie verdriet heeft, verzoening te bewerken waar onrecht is gedaan. O Magnum mysterium. Groot is het mysterie, het geheim van God die mens wordt.

En aanbidding betekent: naderbij komen om te kijken, het kind dat je plotseling stil doet staan. Het geloof begint in het moment van stilstaan, zou je kunnen zeggen: het moment waarop je niet gewoon door kan lopen, wat je normaalgesproken zou doen. En de nog grotere uitdaging is, hoe ga je om met de verandering die van je gevraagd wordt. Want knielen voor Jezus en dan gewoon weer door gaan?
De Engelse schrijver T. S. Eliot, heeft in een indrukwekkend kerstgedicht – The Journey of the Magi – zich de magiërs voorgesteld weer thuis, na hun reis naar Bethlehem. En in dat gedicht delen ze met elkaar wat ze hebben gezien en wat ze heeft overtuigd van het feit dat de moeite waard was. Geloof als geraakt worden – een schok – maar geloof ook als een nieuw leven, iets dat verandering met zich meebrengt.
En Jezus is, onomstotelijk, de hoop van alle volken, waar heel onze mensenwereld hevig naar verlangt, de persoon wiens aanwezigheid alle wonden zal helen en al het leed zal verzachten. En tegelijk is Jezus als een complete verrassing. Niet in een paleis, maar in een stal. En zijn troon blijkt een kruis te zijn . O magnum mysterium.

In het stro van de stal zijn eenvoudige mensen – herders – en de complexe mensen – magiërs – in staat om samen te knielen, te aanbidden. Als God er is in de eenvoud van de baby in het stro, dan betekent het dat Hij er in zijn naakte eenvoud ook is voor de wereldwijzen en de piekeraars, degenen die een lange, koude en zware reis naar de stal achter de rug hebben. Voor zoekers. Misschien juist voor jou, als je vanmorgen hier gekomen bent, met een flinke dosis scepsis of je houdt je meer vast aan de wetten van de natuurwetenschappen. Hij kan jou tot aanbidding brengen. God blijkt telkens weer een God van verrassingen te zijn. Hij weet mensen van letterlijk en figuurlijk veraf, bij Jezus te brengen. Tot aanbidding.

Gemeente, vanaf het begin van het evangelie leert Mattheüs ons groot te denken van Jezus. Vergis je niet in de nederige gestalte waarin Hij naar de aarde kwam. Een kind, maar wat voor een. Aan koning Jezus worden 3 soorten geschenken gegeven: goud, wierook en mirre.
En in de lange traditie van de kerk zijn deze 3 geschenken iets gaan vertellen over wie Jezus is. De geschenken als een verwijzing naar de weg en het werk van koning Jezus.
Goud: dat is een geschenk dat hoort bij de Koning - goud is het symbool van rijkdom en macht. Hoe het zit met de macht van Koning Jezus? Als Christus door de diepten van het kruis en de dood gegaan is, dan klinkt aan het eind van het evangelie: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Ga dan op weg, breng zoekers bij mij thuis. En Ik ben met jullie.” Dwars tegen alle machten in die zich vandaag breed maken, tegen de heersers en tirannen in, geloof ik dat Christus alleen de macht heeft. Dat niet het kwaad zal overwinnen, maar de liefde. Dat de dood niet het laatste woord heeft, maar het leven. Dat er vrede zal zijn. En tegelijk dat aanbidding nooit vrijblijvend is, alleen een lekker gevoel – maar het gehoorzaamheid aan de Koning vraagt.
Wierook: het tweede geschenk. Heeft de geur van heiligheid. Het wijst op het goddelijke van Jezus. In Christus is God zelf onder ons. Wat er gebeurt als God koning is? Hoe de wereld er dan uitziet? Dat laat Jezus zien met de tekens die hij doet. Een zieke geneest, er is eten genoeg, wie alleen is mag erbij horen en de dood wijkt. Er is vergeving en bitterheid en wrok smelten weg.
Mirre : het derde geschenk. Is een geneeskrachtige balsemolie en doet denken aan lijden. Mirre is hier aan het begin van Jezus’ leven, maar ook aan het einde. Voordat Jezus aan zijn lijdensweg begint, is er een vrouw die Hem met mirre zalft om Hem voor te bereiden op zijn begrafenis. De Koning van de Joden geeft zijn leven aan het kruis. Hij verbindt zich zo met wie lijden, met de vermoorde kinderen van Bethlehem, met talloze slachtoffers van oorlogsgeweld in de Oekraïne en repressie in Rusland en zoveel andere landen. Jezus verbindt zich met wie lijden, pijn hebben. Hij neemt het op zich. Wij hebben een Koning die onze pijn kent en meedraagt. Die oog heeft voor kleine, kwetsbare mensen.

Kom, laten wij aanbidden, worship en devotie, jubelend van vreugde of verstild en verzonken in gebed.
Kom, laten wij aanbidden die Koning, die in stilte van de nacht tot ons gekomen is.
Geloof dit evangelie en laat je door Gods Geest meenemen op de weg achter Jezus aan.
Kies voor aanbidding!

Amen.