Beste mensen, jong en oud, geliefd door Jezus Christus
In mijn studeerkamer heb ik op één van de boekenplanken ruimte gemaakt voor een paar voorwerpen waaraan ik bijzondere herinneringen heb. Eén van die voorwerpen is deze afbeelding in een fotolijstje. Ja, het is het verhaal van Jakob. (De afbeelding staat nu groot op de beamer). Wat ik zo mooi vind is die engel die Jakob zegent, let maar op zijn hand. Hij spreekt Jakob moed in, vertrouwen. God is met je, Hij beschermt je, jongen. Vergeet het niet. En als je goed kijkt dan zie je iets van een ladder, een trap en nog wat engelen en vooral een open hemel.
Deze afbeelding is mij dierbaar. Ik kijk er met enige regelmaat naar – als ik tegen een gesprek op zie of een kerkdienst, als ik God een beetje dreig kwijt te raken te midden van alles wat mijn aandacht vraagt.
Ik heb de kaart jaren geleden gekregen van mij twee lieve mensen – nadat ik hun het een en ander verteld had waar ik tegen aan liep, pijn over had en maar niet klein kreeg – gingen ze met mij in gebed. Voor mij waren het 2 engelen, ze zegenden en bemoedigden mij. En het aardige is bij mijn geboorte kreeg ik nog een tweede naam mee. Yep. Inderdaad. Jakob.
Jakob, deze Hebreeuwse naam heeft een onzekere betekenis. Het zou mogelijk 'Hij zal beschermen' kunnen betekenen, maar er wordt ook gedacht dat het 'hij greep de hiel' of 'bedrieger' betekent. Nou, bepaald geen leuke naam natuurlijk als ze jou aanspreken met “bedrieger”. Ja, en dan ligt hij daar ook nog moederziel alleen ergens in een veld te slapen. En ik weet niet of je het ooit geprobeerd hebt, maar een steen als kussen onder je hoofd lijkt me nou niet echt lekker liggen. Verre van comfortabel.
Wat is er met Jakob aan de hand? Hij is op de vlucht. Hij moest zijn ouderlijk huis uit. Zijn broer Ezau is zo ontzettend boos op Jakob. Ja, en ze hadden al zo weinig samen die twee – de een was een buitenmens, altijd op jacht en de ander, Jakob, zat graag thuis bij zijn moeder. En nu, heeft Jakob zijn oudste broer Ezau een loer gedraaid en dat nog wel met steun van hun moeder Rebekka. En Ezau is razend en vader Izaäk is ongelooflijk teleurgesteld en ziek.
Nee, Jakob, kan en wil niet langer thuis zijn. ‘Ga jij maar een poosje naar je oom Laban’. Verweg. Nou verlaten de meesten van ons vroeg of laat het ouderlijk huis. Een belangrijke stap in je leven. En dat is echt niet altijd makkelijk, soms kun je dan behoorlijk heimwee hebben. Voor Jakob, een jonge kerel, was het al helemaal niet fijn.
Daar gaat hij alleen en eenzaam. Zo voelt het wel tenminste. Nee, als je op de middelbare school zit, dan hoef je nog niet het huis uit. Maar het is al wel anders dan toen je op de basisschool zat. Je bent langer van huis, komt in een ander wereldje terecht, soms is het leuk, soms helemaal niet. En soms moet je kiezen wat jij wilt en weet je even niet voor- of achteruit. Help. Waar doe ik goed aan.
Zou Jakob bij God aangeklopt hebben? Zo vroeg ik me af. Ik lees in de Bijbelgedeelte helemaal niet dat hij bidt, alleen maar dat hij alleen is en dat het donker is, de zon is ondergegaan. Nee, ik hoor geen mooi gebed om Gods nabijheid. En misschien herken jij dat ook wel. Toen je kind was, elke zondag meeging naar de kerk en de kindernevendienst. Toen was geloven fijn. God dichtbij. En je geloofde ook wat je ouders je verteld hebben. Elke avond een avondgebed. God is een liefdevolle Vader, zacht als een Moeder.
Maar nu je op de middelbare school zit, je met andere leeftijdgenoten in aanraking komt, die niets met geloven, God of de kerk hebben. Komen ook bij jou de vragen, de twijfels. Ja, waar is God. Je zwerft een beetje bij je ouders en hun God vandaan.
Ergens denk ik dat bij Jakob ook gebeurt. Het laatste wat Jakob verwacht zal hebben, is dat God hier aan hem zal verschijnen. Als hij de volgende ochtend wakker wordt, zegt hij:
“God is hier en ik had het niet door”.
Jakob is diep geraakt – wat een verrassing! En hij is ook zwaar onder de indruk. Hij is zelfs een beetje geschrokken. Want dat hoor je tussen de regels door. Angst vervulde hem. Dit is echt een bijzondere plek. Wow. Wij denken als het om God gaat vaak in termen van support, steun, warmte, liefde. En zeker, dat is, dat geeft Hij ook. Maar God heeft ook iets groots, overweldigends, Iemand voor wie je op de knieën mag, die jou en mij kan verrassen !!
En ik wens jou van harte zo’n engel op jouw weg toe. Van de week werd ik geraakt door wat er in de krant stond over het Nederlands elftal in Qatar. Verschillende spelers praten veel met elkaar over het geloof. Aanvaller Cody Gakpo, 23 jaar, zegt: “Voordat ik ga slapen lees ik vaak nog even in de Bijbel. Dat is een soort liefdebrief waarin staat hoe we met elkaar om moeten gaan. Geloven geeft me ook rust. ” Voor elke wedstrijd wordt er met elkaar gebeden, en Memphis Depay gaat dan ook voor in gebed. En zo proberen deze jongens zo goed mogelijk het goede en geweldige van God over te brengen aan anderen. O.a. ook aan hun niet, over amper gelovende medespelers. Denzel Dumfries zei voor de camera: “Gapko is een gelovig mens. Hij heeft met ons gebeden. Dat heeft mij dichter bij God gebracht. En dat heeft me veel kracht gegeven.”
Ik denk dat Gakpo in elk geval voor Denzel een engel is. Misschien ook wel voor jou? Nee, jong zijn en in God geloven is echt niet raar! En ja, geloven, gaat niet om winnen, maar om respect ook voor de ander. Of je bent zelf zo’n engel, die het geloof doorgeeft aan een ander. Dat ze aan jou merken dat je iets met God hebt.
In zijn droom ziet Jakob een ladder, een trap. Nee, wij zouden misschien dolgraag een ladder tegen de hemel zetten. Maar dat kan niet. Maar de hemel kan wel een ladder op deze aarde zetten. En Jakob zag Gods engelen omhooggaan en weer afdalen. Ik denk dat als de engelen omhooggingen, zij de nood, zijn schaamte en verdriet, zijn angst ook voor het onzekere van zijn toekomst meenamen naar God. De engelen dragen je gebed naar God de Vader toe.
En als ze weer terugkomen? Dan nemen ze troost en vrede mee.
En weet je wat God zegt? Tegen Jakob – maar ik denk ook tegen jou en mij:
“Ik ga met je mee. Als je je thuisloos voelt, ik geef je een thuis. Je zoekt naar zegen, nou, dat zal Ik je geven. Je bent eenzaam, maar Ik sta naast je. Je bent in gevaar, maar Ik zal je beschermen. En Ik laat je niet alleen. Jakob. Ik was er al. Ik ben er nu. En Ik zal er zijn. Altijd.”
En Jakob, nog een dingetje: “Wat Ik je bidden mag, denk nu nooit meer dat Ik er niet ben. Eens heb jij op een nacht de hemel open gezien. Houd dat beeld vast, alle nachten van je leven. You have a dream!
Midden in de winternacht ging de hemel open. Het lijkt wel kerstfeest in Bethel. Daar ging de hemel open boven Jakob die het niet meer wist, er een potje van gemaakt had, zoekend was. In Bethlehem ging de hemel open boven een volk dat de weg kwijt was, verloren, zonder doel, en ze waren bang. Maar dat hoefde ook niet: “Wees niet bang” zei de stem van de engel. Voor jullie is geboren. Immanuel. God-met-ons. Met jou, met u. Altijd.
Amen.