Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Eind goed, al goed. Wat een sereen en kostbaar slot van het boek Genesis. Jakob wordt herenigd met zijn geliefde Jozef en ontmoet zijn kleinzoons – een prachtige scène. Hij zegent hen en vervolgens, op zijn sterfbed, zegent hij zijn twaalf zonen. Hij sterft en wordt begraven in de grot van Machpela bij zijn ouders en grootouders. Jozef vergeeft zijn broers voor de tweede keer en zelf sterft hij nadat hij zijn broers heeft verzekerd dat God naar zijn familie zal omzien en dat ze uiteindelijk terug zullen keren naar het Beloofde Land.
Na hoofdstukken vol spanningen, hoogten en diepten, haat en rivaliteit eindigt het met vergeving. Deze afsluiting is essentieel, want als broers al niet met elkaar kunnen leven, hoe zouden volken het dan kunnen? En als volken niet met elkaar kunnen leven, hoe zou de mensheid dan kunnen overleven?
Dit slot raakt aan het televisieprogramma van de EO – het familiediner. Deze zomer ook weer volop te zien. Enorm populair. Het idee achter het programma is, dat familieleden met ruzie elkaar bij een diner weer ontmoeten en daarmee een eerste stap zetten op weg naar vergeving en als het kan ook verzoening. Die vergeving wordt voorbereid door bezoeken van de presentator. De apotheose van elke aflevering is de aankomst van een limousine bij de plaats waar het diner zal plaatsvinden. Zijn ze ingestapt of thuisgebleven? Kom er iemand uit de auto, of niet? Ik vermoed dat dit programma onder anderen zo populair is omdat je als kijker weet hoe moeilijk vergeven is. Je hoopt allemaal dat het weer goed komt tussen de familieleden maar je beseft tegelijk hoe dat niet vanzelfsprekend is.
Van de week merkte iemand op dat vergeving tussen familieleden alleen maar in dit programma voorkomt. Toen zei ik hem dat ik dat niet met hem eens was. Het slot van het verhaal van Jozef vertelt, dat het wónder van vergeving en verzoening kan geschieden. Het laat ook zien, wat een veerkracht erin schuilt. Hoe ’t een bron van leven is, van toekomst.

En is dat ook niet wat ook werkelijk gebeurt rond het sterfbed van een geliefde. In het pastoraat worden mij ook ontroerende verhalen toevertrouwd. Hoe kostbaar is het als een gezinslid rond een stervende in alle kwetsbaarheid iets open weet te breken, iets waardoor er ruimte komt om emoties of gebeurtenissen uit het verleden lucht te geven, waardoor er herstel plaatsvindt, een nieuwe, andere kijk op elkaar. Liefde die gebeurt. Kracht juist voor de toekomst zonder die geliefde. En ja, ook direct na een overlijden komen er soms woorden te voorschijn over de overledene waardoor zelfs lastige dingen los gelaten kunnen worden.
Tesjoeva, zegt de Joodse traditie. Ommekeer, verandering, stappen zetten.
Nee, niet bij iedereen was er een sterfbed. Soms sloeg de dood zomaar opeens toe door een plotselinge ziekte of verslechtering van een ziekte, kon het gesprek niet, niet meer gevoerd worden. Dat doet pijn.

Ja, hoe gaat het verder na de dood van onze geliefde? Is er leven voor ons? Het is niet gemakkelijk om verder te leven met een lege plek. Iemand zei laatst “tranen overvallen me soms zomaar en dan begin ik te huilen en houdt het niet meer op.” Het lijkt wel met dat de maanden verstrijken het zwaarder wordt, het gemis groter. Ja, en woorden van al te makkelijke troost zijn door mensen zo gezegd, maar het helpt helemaal niet. Het verhaal van je leven klopt niet meer. Het toekomstbeeld zoals je dat samen had bedacht, het klopt niet meer als je partner, je broer of zus, of goede vriend sterft. Dit had je zo niet bedacht, je beloofde land zag er anders uit. En het roept vragen op.
Na het overlijden van vader Jakob en een mooie begrafenis, komen bij de broers van Jozef, ook weer vragen boven, onzekerheid. Opeens zijn ze weer bang. Zal Jozef zich alsnog wreken, nu hun vader er niet meer is? Maar is het niet de wens, het verlangen van iedere vader en moeder dat hun kinderen en kleinkinderen in liefde en vrede met elkaar leven? Dat er met alle verscheidenheid in een gezin er ten diepste harmonie is? En zou ook Jozef, als geliefde zoon van zijn vader, niet hetzelfde besef hebben, ondanks alles wat er gebeurd is.
Jozef raakt ontroerd en barst in tranen uit als hij de onzekerheid en angst van zijn broers hoort en hun vraag om vergeving.
Hij zegt: ‘Ben je mal. Wat denk je wel niet. “Wees maar niet bang”- zo’n echt Bijbelse oproep. Wees niet bevreesd. Het klinkt tot twee keer toe. Kennelijk komt een mens, wanneer het om schuld en vergeving gaat, dichtbij het vuur van God. “Wees niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen?” En zo wordt duidelijk wat de bron is van zijn mildheid. Jozef is iemand, die Gods plaats niet inneemt. Die weet, dat hij zelf ook niet heilig is. Dat hij net zo feilbaar is, als zijn broers. Dat ze misschien juist daarin broers zijn. “Ik kan toch Gods plaats niet innemen?” Dat is de bron, van de vergeving van Jozef, de genade die de broers in zijn ogen kunnen vinden. Het besef: wij staan samen voor Gods aangezicht. Wat een zin, om mee te nemen, naar situaties waarin er sprake is van schuld en gebrokenheid: Ik kan toch Gods plaats niet innemen……. dit diepe besef, wat zouden daar veel relaties van opknappen in families, in kerkgemeenschappen, in onze samenleving.

“Ja, jullie hadden kwaad tegen mij in de zin”, zegt Jozef, “maar God heeft dat ten goede gekeerd”. Jozef heeft in al het kwaad en lijden dat hem overkwam contact gezocht met God. Jozef heeft de onuitputtelijke bron van Zijn liefde gevonden, Zijn genade.
Dat is Troost. God wil het niet de haat, het kwade, de dood. Dát is troost. Ook voor ons. In ons verdriet om mensen die wij los moesten laten, die wij missen; troost in onze onzekerheid, bezorgdheid en angst om alles wat er om ons heen gebeurt in deze wereld, de schepping die kraakt in haar voegen.
Maar pas op, lieve mensen, dat we hier geen systeem van maken, een leer, een in beton gegoten waarheid. Als zou God al het kwade wel weer goed maken. En als zou God er wel een bedoeling mee hebben. Dat kan zo leeg klinken. Er is soms ook zinloos kwaad en lijden en ver hoeven we niet te kijken.
Maar wat willen die geloofswoorden van Jozef ons dan zeggen? Nogmaals, het gaat er niet over dat God uit elk kwaad stuk voor stuk iets goeds maakt. Soms kun je dat zo ervaren, soms zie je hoe Zijn hand het kwade goede maakt. Dát is een zegen! Echter, al te vaak ook helemaal niet. De geschiedenis van Jozef leert ons echter iets anders, iets diepers. Dit. Dat niet menselijke slechtheid het laatste woord heeft, de uitkomsten bepaalt. Niet de broers en hun haat. Er is nog iets anders: Gods plan. Zijn goede bedoelingen, zijn beloften. En Gods goede plan wordt werkelijkheid, dwars door alles heen. Jakobs familie, het latere Israël, wordt behouden dankzij Jozef. En met hen heel Egypte. Redding wint, zegen, niet haat en dood. God, niet het kwaad.
Zo mogen wij ook geloven. Dat, met alles wat er gebeurt in de ze wereld, in onze eigen levens, Gods goede plannen waar zullen worden. Tóch! Dát is de weg van God, die van schijnbare mislukking, en dan tóch… we zien het bij Jozef. We zien het bij onze Here Jezus Christus. Aan het kruis gestorven. Maar dan de dood overwonnen, de schuld weggedragen.

Toen in interview aan Heino Falcke – hoogleraar astrofysica, die ons het eerste beeld ooit van een zwart gat liet zien – toen aan hem gevraagd werd wat hij als kind meegekregen had over God en wat hij nu als kern zou willen doorgeven, antwoordde hij: “Nou, het enige wat je van God zou moeten weten is: God houdt van je. Je bent geborgen in Zijn hand, in dit leven en daarna. Als dat alles is wat je van God weet, dan weet je evenveel als iemand die levenslang theologie heeft gestudeerd.” Solo Dios basta – alleen God is genoeg.

En dat zijn goed beschouwd ook de laatste woorden van Jozef als hij sterft: “God zal er zijn voor jullie. Hij kijkt naar jullie om, ook in de toekomst.” Wat een rijkdom, om zijn sterfbed heen zijn broers, zijn kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Vergeven, verzoend, in harmonie. Honderd en tien jaar oud. En hij is op orde gekomen met alle onaffe zaken uit het verleden. Dát is met recht gracieus oud worden. Rijk als het je lukt om op dat punt Jozef tot een voorbeeld te laten zijn in je leven.
En Jozef neemt afscheid van zijn geliefden met een visioen. Met visie. Met uitzicht. Met toekomst. Ook dat is zo belangrijk, dat je verder kijkt dan jouw eigen levenseinde. Die zegenende woorden van Jozef zijn daarvan een mooi voorbeeld.
“Ik ga sterven, ik ben moe, ‘k sluit mijn beide ogen toe, Here houdt ook deze nacht, trouwe over mij de wacht” . Liefderijk geborgen in Gods trouw. Gegraveerd in Zijn hand.
En ja, zegt Jozef, de Heer houdt ook over jullie de wacht. De bewaarder Israëls sluimert niet noch slaapt.
Met de woorden van iemand die wij lief hadden maar los moesten laten aan de dood, kunnen wij verder. Geloofswoorden. Dankbare herinneringen. Dat wat ons gevormd heeft en ons richting geeft.
Wij noemen vandaag de namen van wie dit voorbije kerkelijk jaar gestorven zijn. Hardop klinken ze, maar ook in ons hart resoneren er namen en gezichten. We dragen hen met ons mee op onze verdere levensreis.
Met Jozefs woorden, zijn diep Gods vertrouwen: God zal naar jullie omzien en jullie leiden naar het beloofde land. In leven en in sterven geborgen bij God door Jezus Christus, Zijn Zoon. Hem zij de glorie!

Amen.